De grenzen van Utrecht worden gewijzigd, aldus deze aankondiging in het UN van 24 augustus 1949. Op 1 januari 1954 was de gemeentelijke herindeling een feit. Hele stukken van de gemeenten Zuilen, Jutphaas, Achttienhoven, Maartensdijk, De Bilt, Oudenrijn en Houten werden op die datum bij de stad getrokken. Tuindorp (Maartensdijk) en Hoograven (Jutphaas) veranderden van een satellietwijk aangelegd door een dorp in een buitenwijk van een stad. Het dorp Zuilen werd opgeknipt. Oud-Zuilen viel voortaan onder Maarssen, terwijl Nieuw-Zuilen Utrechts grondgebied werd. 

Maar het opslokken van bestaande wijken was niet genoeg voor de stad. Tegelijkertijd werden er nieuwe Utrechtse wijken aangekondigd: een flinke uitbreiding van Hoograven, het Kanaleneiland en Utrecht-Noord, later Overvecht genoemd. Ook Krommerijn (waarschijnlijk stukken van Rijnsweerd en Lunetten) wordt aangekondigd als stadswijk. Een grote stap voor Utrecht en haar inwoners.